De tussenruimte hoort bij het instrument

Een rij schotels met lege stukken grond ertussen ziet er minder indrukwekkend uit dan één gigantische kom. Toch is juist de spreiding van belang. De Westerbork Synthese Radio Telescoop combineert metingen van antennes op verschillende posities. De wetenschappelijke term is apertuursynthese. Het geheel gebruikt dus niet alleen het oppervlak van iedere afzonderlijke schotel, maar ook informatie uit de onderlinge afstanden en waargenomen signalen.

Vijfentwintig meter per schotel

Elke schotel heeft volgens ASTRON en NWO-I een diameter van 25 meter. Het observatorium werd in 1970 in gebruik genomen. Het is daarmee een ander hoofdstuk in de radioastronomie dan de eerdere Dwingeloo-schotel. Groter worden kan op verschillende manieren. Hier koos men voor meerdere instrumenten die samenwerken, in plaats van uitsluitend één steeds zwaardere constructie te bouwen die in haar eentje alles moet opvangen.

Een deel kan over rails

Niet alle antennes hebben een onveranderlijke plek. Tien staan vast; vier zijn in twee paren over rails verplaatsbaar. Daardoor kan de onderlinge opstelling veranderen. Een verschuiving op de grond beïnvloedt welke informatie het systeem verzamelt. Dat is een mooi technisch detail: de telescoop is niet alleen iets dat omhoog draait. Een deel van het ontwerp gebruikt ook beweging over de aarde onder de instrumenten.

Geen massieve schotel van kilometers

NWO-I beschrijft hoe de combinatie een veel groter instrument kan nabootsen voor de beeldscherpte. Dat betekent niet dat elk stukje grond tussen de schotels ineens radiostraling opvangt alsof er metaal ligt. De techniek gebruikt zorgvuldig gecombineerde metingen. Het onderscheid is belangrijk én interessant: rekenen en samenwerken kunnen een functie bereiken waarvoor een letterlijke gigantische schotel praktisch veel moeilijker zou zijn.

Samenwerken kan nog verder gaan

Westerbork maakt ook deel uit van internationale netwerken van radiotelescopen. Dan worden instrumenten op veel grotere afstanden gekoppeld. Het principe laat zien dat een wetenschappelijk apparaat niet altijd één gebouw of één terrein is. Antennes, nauwkeurige tijdmeting, gegevensverwerking en samenwerking vormen samen de waarneming. Wat je in Drenthe ziet, is daarmee een plaatselijk deel van een veel groter onderzoeksverband.

Een nieuw experiment op één schotel

Ook in 2026 krijgt het observatorium nieuwe techniek. ASTRON meldde op 7 mei de eerste succesvolle meting met de prototypeontvanger ALF: een pulsar werd over een breed radiobereik waargenomen. De ontvanger gebruikt nieuwe elektronica om zwakke signalen te versterken zonder de gebruikelijke dure cryogene koeling. Het experiment gebruikt één schotel van 25 meter. De oude rij antennes biedt zo ook ruimte om een nieuwe manier van kijken te testen.

KIJK HET ZELF NA

De bronnen bij dit verhaal

Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.