Geen toevallige versierde steen

Het Rijksmuseum van Oudheden bezit een altaar uit het Romeinse heiligdom van Domburg dat in 1647 werd gevonden. Het is gedateerd tussen ongeveer 150 en 250 na Christus. Zo’n altaar was geen tuinbeeld voor de gezelligheid. Het hoorde bij religieuze gebruiken en droeg een persoonlijke boodschap van iemand die een godheid vereerde. Daardoor kan een steen ook informatie bewaren over het leven rond een kustplaats.

Een godin met een hond

Op het Leidse altaar zit Nehalennia met vruchten op haar schoot. Naast haar staan een hond en een mand met fruit. Andere voorstellingen laten haar bij een scheepsboeg zien. Dat zijn herkenbare attributen die helpen om afbeeldingen met elkaar te verbinden. De combinatie van verzorging, voedsel en scheepvaart past bij een beschermende godin. Een Romeins reliëf wordt daarmee bijna een beeldraadsel waarvan meerdere antwoorden elkaar aanvullen.

Een naam uit een gewone wereld

De schenker van het altaar in Leiden was Dacinus, zoon van Liffio. Dat is een klein detail met een groot effect: een anoniem oud object krijgt ineens een persoonlijk spoor. Niet alleen keizers en legerleiders lieten dingen achter. Ook handelaren en reizigers konden hun dankbaarheid in steen laten vastleggen. Zulke namen geven archeologen een ingang tot mensen die verder nauwelijks in grote historische verhalen voorkomen.

De zee was een handelsroute én een risico

Vanaf de zuidelijke Nederlandse kust voeren schepen naar Britannia. Daarvoor waren kennis, zeewaardigheid en gunstige omstandigheden nodig. Religieuze bescherming hoorde voor veel reizigers bij het omgaan met dat risico. Een altaar kon een vervulde belofte zichtbaar maken. Je kunt het zien als een blijvend bedankje na een veilige afloop, al kennen we niet bij iedere steen de volledige aanleiding of de hele levensloop van de schenker.

De vondsten raakten verspreid

Niet alle Domburgse stenen liggen tegenwoordig op één plek. Het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap beschrijft eveneens een in 1647 gevonden votiefsteen, nu in zijn collectie. Daarop staat Nehalennia met een scheepsboeg, hond en appels. De stukken kwamen via verschillende verzamelingen en schenkingen in musea terecht. Hun latere geschiedenis hoort dus ook bij het verhaal: de ontdekking op het strand was het begin van een nieuw leven als onderzoeksobject.

Het strand bewaart geen vaste tijdlaag

De kust verandert door erosie, zandverplaatsing en stormen. Daardoor kunnen oude resten plotseling zichtbaar worden en later weer verdwijnen. Bij Domburg leverde zo’n verandering informatie op over een religieuze en commerciële wereld die je aan het huidige strand niet direct afziet. Het opmerkelijke is dat de zee tegelijk delen van het verleden kan wegnemen en de aanleiding kan zijn om iets dat vergeten leek opnieuw te leren kennen.

KIJK HET ZELF NA

De bronnen bij dit verhaal

Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.