De wind bracht het materiaal al eerder

In de laatste ijstijd werd veel zand door de wind verplaatst en als dekzand afgezet. Dat landschap raakte later begroeid. Het zand lag daardoor niet voortdurend open aan de oppervlakte. Wortels en begroeiing kunnen grond vasthouden en de wind afremmen. Voor een stuivend landschap heb je dus niet alleen geschikt zand nodig, maar ook omstandigheden waarin dat zand opnieuw bereikbaar en beweeglijk wordt.

Mensen haalden de bescherming weg

Boskap, begrazing en het afsteken van heideplaggen verzwakten in delen van het gebied de begroeiing. Daardoor kreeg de wind weer grip op de bodem. Het is een onverwachte kant van een natuurgebied: de geschiedenis ervan bestaat niet uitsluitend uit processen zonder mensen. Oude vormen van landgebruik werkten mee aan het ontstaan van een landschap dat we tegenwoordig juist om zijn bijzondere natuur willen behouden.

Zand verhuist zonder vrachtwagen

Als droge korrels los liggen, kan wind ze stap voor stap verplaatsen. Op sommige plekken wordt materiaal weggehaald en elders komt het terecht. De vorm van het terrein verandert daardoor. Een stuifduin is niet alleen een hoop zand die ooit één keer werd neergelegd. Het gaat ook om beweging. Waar begroeiing zich vestigt, waar zand blijft liggen en waar het weer wordt weggeblazen, ontstaan verschillende kleine leefomgevingen naast elkaar.

Een kale plek kan juist waardevol zijn

Open zand wordt gemakkelijk gezien als grond waar nog iets op zou moeten groeien. In dit gebied is het zelf een belangrijk onderdeel van de natuur. Specialistische soorten zijn verbonden aan de afwisseling van stuifzand, heide en bos. Het Natura 2000 gebied omvat bovendien meer dan het bekende open zand alleen. Die variatie helpt begrijpen waarom beheerders niet overal hetzelfde landschap nastreven. Een dicht bos is hier niet automatisch het gewenste eindpunt van ieder stukje grond.

Behouden kan betekenen dat je ruimte maakt

Wanneer open zand dichtgroeit, neemt de bewegingsruimte af. Beheer kan daarom gericht zijn op het terugbrengen van openheid en het laten samenwerken van wind en bodem. Dat klinkt tegenstrijdig voor wie natuur vooral met zo veel mogelijk bomen verbindt. Maar bescherming gaat ook over het behouden van bijzondere processen. In een stuifzandgebied kan juist het verdwijnen van alle kale plekken betekenen dat een kenmerkend landschap en zijn bijbehorende soorten ruimte verliezen.

Het strandgevoel vertelt maar de helft

De bijnaam van een Brabantse woestijn is begrijpelijk als je over het zand kijkt. Toch helpt een andere gedachte meer om de plek te lezen. Onder je voeten liggen sporen van ijstijdwind, later landgebruik en huidig natuurbeheer. Het landschap heeft dus verschillende makers gehad. De zee hoefde hier niet langs te komen om duinen te laten ontstaan; los zand, verdwenen begroeiing en voldoende wind konden samen al een heel eind komen.

KIJK HET ZELF NA

De bronnen bij dit verhaal

Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.