Wat de nieuwste meting laat zien
Het HBSC-onderzoek van Universiteit Utrecht en Trimbos bestudeert gezondheid en welzijn van scholieren. In de in september 2026 gepubliceerde toelichting staat dat het aandeel jongens in het voortgezet onderwijs met een positieve houding tegenover homoseksualiteit tussen 2021 en 2025 daalde van 40 naar 22 procent. Onder meisjes ging het van 78 naar 51 procent. Dat is een duidelijk ongunstige ontwikkeling binnen deze meting. Het is geen percentage voor alle Nederlandse jongeren van iedere leeftijd.
Positief en niet-positief zijn geen twee simpele kampen
Wie niet in de positieve categorie valt, is daarmee niet automatisch iemand die geweld pleegt of iedere homoseksuele persoon afwijst. Een schaalscore vat antwoorden samen volgens de definities van het onderzoek. Die categorieën en vragen zijn belangrijk om de cijfers eerlijk te lezen. Hetzelfde geldt andersom: een positieve vragenlijstscore bewijst niet dat iemand zich in elke situatie respectvol gedraagt. Houdingen zijn relevant, maar niet identiek aan gedrag of de ervaring van de leerling naast je.
Waarom een ouder bericht iets anders kon zeggen
Rutgers en Soa Aids Nederland rapporteerden over Seks onder je 25e uit 2023 juist een gunstige ontwikkeling ten opzichte van 2012 bij afkeuring van twee zoenende jongens op straat. Dat onderzoek bevat een andere leeftijdsreikwijdte en een concreet anders geformuleerde vraag. Een langere periode tot 2023 en een vergelijking van 2021 met 2025 zijn bovendien niet dezelfde tijdlijn. Je kunt de percentages dus niet naast elkaar plakken alsof ze één doorlopende thermometer vormen.
Het verschil tussen een trend en een oorzaak
Een daling in acceptatie vraagt aandacht. Maar uit die uitkomst alleen volgt niet welke invloed sociale media, vrienden, thuis, religie of een andere factor precies heeft gehad. Om oorzaken te onderbouwen is gerichter onderzoek nodig. Een verklaring die goed past bij je eigen overtuiging is niet automatisch de verklaring van de meting. Dat geldt ook voor een opvallend filmpje: één klas of straatinterview is geen representatieve doorsnede van heel Nederland. Maak die sprong niet stilzwijgend.
Voor een leerling gaat het niet alleen om een grafiek
Het gaat uiteindelijk om de vraag of iemand veilig open kan zijn en normaal kan deelnemen aan school. De cijfers zijn daarom meer dan een generatiequiz voor volwassenen. Een school kan met leerlingen bespreken wat respectvol gedrag betekent en hoe pesten wordt gemeld, zonder eerst van ieder kind een perfecte opinie te eisen. Voor die aanpak maakt het verschil of een ruzie, structurele uitsluiting of dreiging speelt. Een algemeen acceptatiepercentage vervangt de beoordeling van zo’n concrete ervaring niet.
Zo deel je een zorgelijk cijfer zonder karikatuur
Noem bij een gedeeld percentage altijd onderzoek, jaar, groep en wat er gemeten is. Schrijf bijvoorbeeld dat het in HBSC om scholieren en een positieve-houdingsschaal gaat. Laat een grote conclusie over alle jongeren achterwege. Dat maakt de ontwikkeling niet minder ernstig; het maakt je beschrijving bruikbaar. Onderzoek naar telefoons op school vraagt hetzelfde onderscheid tussen ervaring, meting en oorzaak. Een goede kop wekt nieuwsgierigheid zonder hele groepen als verklaring te gebruiken.
KIJK HET ZELF NA
De bronnen bij dit verhaal
- HBSC Nederland: rapport 2025 en doelgroep ↗
- Trimbos: toelichting resultaten, september 2026 ↗
- Rutgers: Seks onder je 25e, resultaten 2023 ↗
Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.




