De fabriek maakte eerst iets anders

Stichting Hero Tiel beschrijft een voorgeschiedenis met koffiesiroop, gemaakt als vervanger van dure koffie. Daarbij werden onder meer appels, peren, bieten en wortelen verwerkt. De ervaring met conserveren leidde later naar vruchtenproducten. De beroemde jamgeschiedenis begon dus niet met een kant-en-klaar frambozenmannetje op een pot. Er zat eerst een onderneming achter die een ander dagelijks product probeerde te vervangen.

Concurrentie vroeg om herkenning

Toen de jammarkt drukker werd, zocht de fabriek nieuwe reclamemethoden. In 1935 vroeg de directie reclamebureau Van Alfen om een figuurtje. Een product kan technisch in orde zijn en toch moeilijk opvallen tussen vergelijkbare potten. Een herkenbaar personage geeft een merk een gezicht dat een kind of ouder later opnieuw herkent. Flipje was daarmee een vroeg voorbeeld van een gedachte die in reclame nog steeds heel vertrouwd klinkt.

Het lichaam is een fruitschaal

Het mannetje kreeg een dik frambozenlijf, ledematen van rode bessen en een koksmuts. Die opbouw is het detail dat je gemakkelijk vergeet wanneer je de figuur al jaren kent. Hij is niet alleen een klein kokje in rode kleding: zijn vorm verwijst zelf naar het product. Het is een bijzonder letterlijk merkgezicht, samengesteld uit de wereld die de fabriek op dat moment wilde verkopen.

Een idee werd een getekende wereld

Het museum noemt Eelco ten Harmsen van der Beek en Freddie Langeler als de illustratoren die Flipje verder tot leven brachten. Daarmee veranderde een herkenningsteken in een figuur met verhalen. Dat maakt verschil: een logo staat stil op een verpakking, maar een personage kan avonturen beleven en een publiek meenemen. De band met de koper werd zo opgebouwd via veel meer dan alleen de inhoud van een jampot.

De fabriek verdween, het mannetje bleef

Volgens het Flipje- en Streekmuseum sloot de jamfabriek in 1993. Flipje hield echter niet op te bestaan. De gemeente zette hem later in voor stadspromotie en er kwamen nieuwe verhalen. Dat is de opmerkelijke tweede loopbaan: een reclamefiguur kan zijn oorspronkelijke productieplaats overleven en deel worden van hoe een stad zichzelf presenteert. Het publiek herkent dan een plaats, ook wanneer het niet meer aan een aankoop denkt.

Kijk nog eens naar zijn armen

Bij Flipje is het leukste detail misschien niet zijn leeftijd, maar hoe logisch en vreemd zijn ontwerp tegelijk is. Een hele stad herkent een framboos op benen zonder daar dagelijks van op te kijken. Let bij een afbeelding of het beeld in Tiel eens op de bessenledematen. De geschiedenis van reclame wordt daarmee ineens heel tastbaar: iemand moest ooit bedenken dat juist dát een goede gesprekspartner voor een pot jam zou zijn.

KIJK HET ZELF NA

De bronnen bij dit verhaal

Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.