Eerst moest het veen weg

Vanaf 1647 werden het Ooster- en Westerdiep aangelegd voor de ontginning van het veen. Water afvoeren was nodig om het gebied te kunnen gebruiken. De kanalen werden ook de route waarover de turf vertrok. Daarna kreeg de afgegraven grond een nieuwe bestemming, onder meer voor de landbouw.

Huizen en bedrijven groeiden langs die waterwegen. Daarom bestaat de bebouwing uit lange linten. De gemeentelijke erfgoedbeschrijving noemt in Wildervank een dubbelkanaalsysteem van bijna vijf kilometer. Tussen de kanalen ligt ongeveer honderd meter. Wie de kaart bekijkt, ziet dat het water de bebouwing als het ware in banen heeft gelegd.

Waarom een 18e Laan?

Tussen het Ooster- en Westerdiep kwamen dwarsverbindingen. Die kregen nummers, zoals de 18e Laan en de 42e Laan. De straatnaam is dus ook een aanwijzing voor de manier waarop het gebied is ingericht.

Veendam werd later een regionaal centrum met industrie. Het kanaalknooppunt hielp daarbij. Langs het Oosterdiep verscheen een rijkere, stedelijke bebouwing. Een deel daarvan is beschermd stadsgezicht.

Kijk bij een volgende wandeling niet alleen naar een mooi pand. Kijk ook naar de richting van de weg, het water en de rij huizen. De grote vondst zit hier in de plattegrond: die laat nog zien hoe een brandstoflandschap een woonplaats werd.

KIJK HET ZELF NA

De bronnen bij dit verhaal

Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.