De baan is geen perfecte cirkel
De aarde draait in een licht ovale baan om de zon. Daardoor is de afstand in de loop van het jaar niet steeds hetzelfde. Het punt waarop de aarde het dichtst bij de zon staat, heet het perihelium. Het verste punt is het aphelium.
Volgens EarthSky valt het perihelium elk jaar rond 3 januari. In 2026 was dat op 3 januari. Het aphelium valt begin juli. National Geographic noemt de afstanden: bij perihelium zo'n 147 miljoen kilometer, bij aphelium ongeveer 152 miljoen kilometer. Een verschil van zo'n vijf miljoen kilometer.
Dichterbij, en toch winter
Als afstand de seizoenen zou bepalen, zou het begin januari overal op aarde zomer moeten zijn. Maar in Nederland is januari de koudste maand. Tegelijk is het in Australië en Zuid-Afrika dan hoogzomer. Dat alleen al laat zien dat afstand niet de verklaring kan zijn: beide halfronden zijn op dat moment even ver van de zon.
De echte oorzaak is de stand van de aardas. Die staat ongeveer 23,5 graden scheef ten opzichte van de baan om de zon. Begin januari is het noordelijk halfrond van de zon af gekanteld. De zon staat hier dan laag aan de hemel, haar licht valt schuin in en verdeelt zich over een groter oppervlak. Bovendien zijn de dagen kort. Zo krijgt elke vierkante meter grond veel minder zonne-energie dan in de zomer. Op het zuidelijk halfrond is het precies andersom.
Hoe extreem seizoenen worden als een as nog veel schever staat, zie je bij Uranus, die bijna op zijn kant draait.
Wel iets meer zonlicht
Dat de afstand niets uitmaakt, is ook niet waar. Bij perihelium ontvangt de aarde als geheel wat meer zonlicht dan bij aphelium: volgens NASA, aangehaald door Discover Magazine, ongeveer 6,5 procent. Dat is meetbaar, maar het effect van de schuine aardas is veel groter. Volgens National Geographic komt dat extra zonlicht in januari bovendien vooral ten goede aan het zuidelijk halfrond, dat dan naar de zon toe gekanteld staat.
De zon ziet er bij perihelium ook iets groter uit. Op een NASA-plaatje van de dag zie je twee foto's van de zon naast elkaar, een van rond het perihelium in januari en een van rond het aphelium begin juli, gemaakt met dezelfde telescoop. Het verschil in schijnbare grootte is iets meer dan drie procent. Met het blote oog zie je dat niet, en recht in de zon kijken moet je natuurlijk nooit doen.
Onze winter is korter
Er is nog een gevolg dat weinig mensen kennen. Volgens EarthSky beweegt de aarde het snelst in haar baan als ze het dichtst bij de zon staat. Dat is in januari, tijdens onze winter. Doordat de aarde dan sneller doorloopt, duurt de astronomische winter op het noordelijk halfrond iets korter dan de zomer. Het verschil is een paar dagen.
Het licht van de zon doet er overigens altijd ruim acht minuten over om ons te bereiken, al is dat begin januari een fractie sneller dan in juli. Waarom dat zo is, lees je in ons verhaal over het zonlicht bij je raam.
Over 13.000 jaar is het anders
De aardas draait heel langzaam rond, als een tol die schommelt. Daardoor verschuift ook de datum van het perihelium in de loop van duizenden jaren. Volgens Weather Underground valt het dichtstbijzijnde punt over zo'n 13.000 jaar in juli, midden in de noordelijke zomer. Voor nu blijft het een opmerkelijk feit: als je in januari je winterjas aantrekt, ben je dichter bij de zon dan wanneer je in juli op het strand ligt.
KIJK HET ZELF NA
De bronnen bij dit verhaal
- EarthSky: de aarde het dichtst bij de zon, begin januari ↗
- National Geographic: wat is het perihelium? ↗
- NASA APOD: de zon bij perihelium en aphelium vergeleken ↗
- Discover Magazine: ongeveer 6,5 procent meer zonlicht volgens NASA ↗
- Weather Underground: perihelium over 13.000 jaar in juli ↗
Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.




