Een nieuwe plek naast een oud huis
Verzamelaars Jos en Janneke van Groeningen richtten in de jaren negentig Museum De Buitenplaats op. Zij woonden in het naastgelegen zeventiende-eeuwse Nijsinghhuis. Voor hun kunstcollectie kwam een nieuw paviljoen. Daardoor liggen twee heel verschillende bouwperioden bij elkaar. Het geheel is geen volledig historisch landhuis dat later toevallig museum werd, maar een samenspel van een bestaande woonplek, een verzameling en een nieuw ontworpen bezoekersgebouw.
De opdracht ging naar organische architecten
Alberts & Van Huut ontwierpen het paviljoen, dat in 1996 werd geopend. De eigen museuminformatie legt de nadruk op menselijke maat en integratie met de natuur. Organische architectuur zoekt naar een samenhang tussen vorm, gebruik en omgeving. Dat kan andere lijnen en ruimtelijke overgangen opleveren dan een streng rechthoekig gebouw. De buitenkant is daarmee niet alleen verpakking voor de kunst; het ontwerp heeft zelf een duidelijke gedachte.
De tuin heeft ook kamers
De museumtuin bestaat uit verschillende deeltuinen, gescheiden door hagen en water. Er zijn onder meer een spiegelvijver, dwaaltuin en historische appelhof. De eigen tuinpagina noemt daarnaast een perenberceau met begroeiing erboven. Een tuin kan dus net als een gebouw een reeks ruimtes bevatten. Je loopt van de ene sfeer naar de andere, ook al sluiten geen gemetselde muren die ruimtes volledig af.
Het groen is mee ontworpen
Landschapsarchitect Jørn Copijn en tuinarchitect Charlotte Korthals Altes ontwierpen de tuin in samenspraak met Janneke van Groeningen. Dat maakt het groen iets anders dan een willekeurig plantsoen rond een museumparkeerplaats. Paden, zicht en beplanting zijn onderdeel van het geheel. De omgeving krijgt daardoor een eigen rol naast de tentoonstellingen. Kunst bekijken en een tuin ervaren zijn hier niet twee activiteiten die elkaar toevallig op dezelfde plek ontmoeten.
Binnen en buiten hebben verschillende tijdlagen
Het Nijsinghhuis bevat wand- en plafondschilderingen van noordelijke figuratieve kunstenaars. Het nieuwe paviljoen en de tuin voegen andere vormen toe. De combinatie maakt duidelijk dat een museumomgeving door de tijd heen kan groeien. Een oud gebouw, moderne schilderkunst en recente architectuur hoeven geen identieke stijl te hebben om elkaar betekenis te geven. Juist het verschil kan je laten zien hoeveel manieren er zijn om een ruimte vorm te geven.
Kijk eens naar de overgang
De leukste vraag is niet alleen welk kunstwerk binnen hangt, maar hoe je van dorp naar tuin en van tuin naar gebouw gaat. Daar wordt het idee achter de architectuur zichtbaar. In Eelde kun je een museum dus ook van buiten als ontwerp lezen. Het is een uitnodiging om de gebruikelijke doos met een voordeur even te vergeten en te kijken hoe een gebouw zijn omgeving bij zich probeert te betrekken.
KIJK HET ZELF NA
De bronnen bij dit verhaal
- De Buitenplaats — museum en architectuur ↗
- De Buitenplaats — tuinontwerp ↗
- Drents Museum — gebouwen en collectiecontext ↗
Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.




