Regen knaagt aan steen

Regenwater is niet helemaal neutraal. Het neemt koolstofdioxide uit de lucht op en wordt daardoor licht zuur. Volgens de Amerikaanse geologische dienst USGS tast dat regenwater gesteente aan, zowel natuurkundig als scheikundig. Daarbij komen opgeloste stoffen vrij, zoals natrium en chloride, de bouwstenen van keukenzout. Ze worden meegevoerd naar beken en rivieren en uiteindelijk naar de zee.

Dat gaat om enorme hoeveelheden. Een overzicht op basis van NOAA-gegevens noemt een schatting van vier miljard ton opgeloste zouten die rivieren elk jaar naar de oceaan brengen.

Waarom proef je dat niet in een rivier?

Rivieren voeren dus zout aan, maar in een kleine concentratie. Het water stroomt door en wordt telkens aangevuld met nieuw regenwater. Je proeft er niets van.

De zee werkt als een eindstation. Water verlaat de oceaan vooral door verdamping. Wat verdampt, is vrijwel zuiver water. Het zout blijft achter. Zo hoopt het zich in de loop van miljoenen jaren op. Volgens de NOAA-uitleg was de oceaan in de vroege geschiedenis van de aarde waarschijnlijk veel minder zout dan nu.

Ook de zeebodem levert zout

Rivieren zijn niet de enige bron. Op de zeebodem liggen hydrothermale bronnen, vaak langs de midden-oceanische ruggen. Zeewater sijpelt daar in scheuren in de oceaanbodem, wordt door het hete gesteente verhit en lost onderweg mineralen op. Daarna stroomt het via die bronnen terug de zee in. Volgens de USGS kan het volledige volume van de oceanen in tien tot twintig miljoen jaar door zulke systemen circuleren. Ook onderzeese vulkaanuitbarstingen voeren mineralen aan.

Waarom wordt de zee niet steeds zouter?

Als er al miljoenen jaren zout bijkomt, zou je verwachten dat de zee steeds zouter wordt. Toch is het zoutgehalte van de oceanen tamelijk stabiel. Er verdwijnt namelijk ook zout. Mineralen worden opgenomen door zeeleven, binden aan deeltjes die naar de bodem zakken of slaan neer en worden onderdeel van de zeebodem. In de loop van de geologische tijd kan zeebodem zelfs weer land worden. De Sint-Pietersberg bij Maastricht was ooit zeebodem.

Natrium en chloride

Gemiddeld bevat een kilo zeewater ongeveer 35 gram opgeloste zouten, zo'n 3,5 procent. Natrium en chloride vormen daarvan verreweg het grootste deel. Daarom smaakt zeewater naar keukenzout, en niet naar bijvoorbeeld magnesium of kalk.

Het zoutgehalte verschilt wel per plek. Waar grote rivieren uitmonden of veel regen valt, is het water minder zout. In afgesloten zeeën met veel verdamping juist zouter. Dat zoute zeewater is ook een bron van eten: in Zeeland worden oesters zelfs in speciale oesterputten bewaard.

En nog een gevolg van al dat zout: zeewater bevriest bij een lagere temperatuur dan zoet water. Waarom ijs daarna boven komt drijven, lees je in ons verhaal over drijvend ijs.

KIJK HET ZELF NA

De bronnen bij dit verhaal

Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.