Opwaartse lucht naast de vleugelpunt
Een vliegende vogel duwt lucht omlaag om zelf omhoog te blijven. Aan de uiteinden van de vleugels krult die luchtstroom rond. Direct achter de vogel daalt de lucht, maar schuin achter de vleugelpunt stijgt hij juist op. Natuurkundigen noemen dat upwash. Een vogel die precies in dat gebied vliegt, krijgt een klein beetje gratis lift.
Een V is de logische vorm om daar met een hele groep gebruik van te maken. Iedere vogel zit schuin achter de vleugelpunt van zijn voorganger. Alleen de kopvogel vliegt in ongestoorde lucht en doet het zwaarste werk.
Lastig te meten met klapperende vleugels
Bij een vliegtuig met vaste vleugels is dat effect goed te berekenen. Bij vogels ligt het ingewikkelder. Hun vleugels gaan op en neer, dus ook het patroon van stijgende en dalende lucht beweegt voortdurend. Om er voordeel van te hebben, moet een vogel niet alleen op de goede plek zitten, maar ook op het goede moment zijn vleugel bewegen. Lang was niet duidelijk of vogels dat echt doen.
Het probleem was vooral meten. Je kunt moeilijk een wilde gans volgen en tegelijk elke vleugelslag registreren.
Ibissen achter een ultralight
Een team van het Royal Veterinary College in Londen vond een slimme oplossing. In Oostenrijk werkte een natuurbeschermingsproject met heremietibissen, een sterk bedreigde soort die in Europa opnieuw wordt uitgezet. De jonge vogels waren door mensen grootgebracht en leerden hun trekroute naar Italië door een ultralight vliegtuigje te volgen.
De onderzoekers gaven 14 van die vogels een rugzakje met gps en bewegingssensoren. Zo konden ze tijdens de trek van iedere vogel de positie én elke vleugelslag vastleggen. De resultaten verschenen in 2014 in Nature.
In de maat, of juist tegen de maat in
Uit de metingen bleek dat de ibissen in de V vaak precies daar vlogen waar theorie het meeste voordeel voorspelt. Bovendien sloegen ze hun vleugels in de maat met de vogel voor hen. Daardoor bleef hun vleugelpunt in de stijgende lucht, ook terwijl het patroon op en neer bewoog.
Opvallend was wat er gebeurde als een vogel recht achter een ander terechtkwam. Daar daalt de lucht, en dat kost energie. In die positie sloegen de ibissen hun vleugels juist tegengesteld aan hun voorganger. Volgens de onderzoekers kan dat de nadelige invloed van de dalende lucht beperken.
De conclusie: vogels in een V lijken zich bewust te zijn van de onzichtbare luchtstromen die hun groepsgenoten veroorzaken, en daar actief op in te spelen. Hoe ze die stromen precies waarnemen, is nog niet bekend.
En de ganzen boven Nederland?
Het onderzoek ging over ibissen, niet over ganzen. Het principe van stijgende lucht achter de vleugelpunt geldt voor alle vogels, maar de precieze vleugeltiming is alleen bij deze ibissen gemeten. Dat ganzen hetzelfde doen, is aannemelijk, maar niet even gedetailleerd aangetoond.
Ook verklaart aerodynamica niet alles. In een V hebben vogels bijvoorbeeld goed zicht op elkaar, wat helpt om bij elkaar te blijven. Dat dieren verrassend veel informatie met elkaar uitwisselen, zie je ook bij de honingbij die een routebeschrijving danst en bij kraaien die mensengezichten onthouden.
Zie je deze herfst een V overkomen, kijk dan eens naar de kopvogel. Dat is de enige in de groep die geen meevaller krijgt van een voorganger.
KIJK HET ZELF NA
De bronnen bij dit verhaal
- Nature: Portugal e.a. (2014), vleugeltiming in de V-formatie van ibissen ↗
- EarthSky: uitleg over het onderzoek met gps-zenders ↗
Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.




