Meer ruimte zonder een extra paleis

Een historisch paleis uitbreiden levert een lastig ontwerpvraagstuk op. Je wilt ruimte voor bezoekers en tentoonstellingen, maar het herkenbare gebouw niet wegdrukken achter een grote nieuwe vleugel. Bij Het Loo werd daarom onder het voorplein gebouwd. Volgens het museum ontstond daar ongeveer vijfduizend vierkante meter. De uitbreiding verandert de manier waarop je binnenkomt, terwijl het oude paleis bovengronds herkenbaar blijft.

Het dak ligt waar je een plein verwacht

BAM beschrijft hoe de vroegere grasvakken van de bassecour plaatsmaakten voor glazen vlakken met stromend water. Onder die vlakken liggen het entreegebied en de Grand Foyer. Van boven kun je dus naar een waterpartij kijken die tegelijk onderdeel is van een dak. Van onderen krijgt diezelfde constructie een heel andere betekenis: ze brengt licht in een ruimte die grotendeels onder de grond ligt.

Een kruispunt onder de geschiedenis

De ondergrondse ruimte verbindt verschillende delen van het museum. Van hieruit verspreiden bezoekers zich naar het paleis, tentoonstellingen en andere voorzieningen. Dat is meer dan een spectaculair bouwdetail. Een centraal ontvangstpunt kan de route door een historisch complex overzichtelijker maken. Het oude gebouw hoeft dan niet iedere moderne functie apart in zijn oorspronkelijke kamers te proppen, met allerlei omwegen als onbedoeld resultaat.

Ook boven werd veel veranderd

Het paleis zelf is tijdens de vernieuwing gerenoveerd. Het museum noemt onder meer vernieuwde klimaatinstallaties, verwijdering van asbest en geplaatste liften. Dat zijn niet de onderdelen die het snelst op een ansichtkaart belanden. Toch bepalen ze wel of een historische collectie goed bewaard blijft en of meer mensen de gebouwen kunnen gebruiken. Het onzichtbare werk is minstens zo wezenlijk als het opvallende nieuwe plafond.

Oud en nieuw zijn hier bewust verschillend

De uitbreiding is ontworpen door Dikkie Scipio van KAAN Architecten en sluit aan op de symmetrie van het paleis. Dat betekent niet dat onder de grond een zeventiende-eeuws interieur is nagebouwd. Juist het verschil maakt de tijdlagen leesbaar: je ziet een hedendaagse ingreep die het historische gebouw ondersteunt. Een museum kan zijn eigen geschiedenis dus ook uitleggen door niet alles dezelfde ouderdom te laten spelen.

Kijk bij aankomst eens omlaag

Het grappige aan deze uitbreiding is dat je haar gemakkelijk mist wanneer je alleen op de gevel afloopt. Het belangrijkste nieuwe volume staat niet vóór het paleis, maar eronder. Kijk naar de water- en glasvlakken en stel je voor dat daar mensen door een foyer lopen. Het is een aardige omkering van de gebruikelijke museumblik: soms hangt de interessantste nieuwe architectuur niet boven je uit, maar begint ze onder je schoenen.

KIJK HET ZELF NA

De bronnen bij dit verhaal

Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.