Het getal: ruim een kwart
Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving ligt 26 procent van het Nederlandse landoppervlak beneden NAP, het Normaal Amsterdams Peil. Dat is de vaste referentiehoogte waartegen in Nederland alle hoogtes worden gemeten, en die ligt dicht bij het gemiddelde zeeniveau voor onze kust. Het cijfer is samen met Rijkswaterstaat vastgesteld op basis van een actuele hoogtekaart.
Ruim een kwart dus. Niet de helft, en zeker niet bijna heel Nederland.
Maar overstromen kan op veel meer plekken
Wie alleen naar de hoogte kijkt, mist het grotere risico. Het PBL rekent ook de gebieden mee die bij hoog water van rivieren onder kunnen lopen. Samen is volgens het Planbureau zo'n 59 procent van het landoppervlak gevoelig voor overstroming. Dat bestaat uit:
- 26 procent dat onder NAP ligt;
- 29 procent dat hoger ligt, maar kan overstromen als rivieren buiten hun oevers treden;
- 4 procent buitendijks gebied, dat niet door dijken, duinen of dammen wordt beschermd.
Van die 59 procent ligt 55 procent binnen de dijkringen. Dat gebied wordt beschermd door dijken, duinen, dammen en kunstwerken, en zou zonder die bescherming nat kunnen worden.
Ook het IPCC zat ernaast
In 2007 bracht het klimaatpanel van de Verenigde Naties, het IPCC, een groot rapport uit over de gevolgen van klimaatverandering. In het hoofdstuk over Europa stond dat 55 procent van Nederland onder zeeniveau ligt. Dat was fout. De formulering kwam oorspronkelijk van het PBL zelf, dat later een correctie publiceerde. Er had moeten staan dat 55 procent gevoelig is voor overstromingen. Volgens het PBL veranderde de fout niets aan de conclusie van het rapport: Nederland is kwetsbaar voor zowel zeespiegelstijging als rivieroverstromingen.
Het laat zien hoe snel twee verschillende getallen door elkaar gaan lopen. Onder zeeniveau liggen en kunnen overstromen klinkt hetzelfde, maar is het niet.
Waarom ligt Nederland zo laag?
Een groot deel van West-Nederland bestond ooit uit veen en klei. Door eeuwenlang ontwateren voor landbouw klonk de bodem in en verdween veen door oxidatie. Op veel plekken werd veen bovendien weggegraven als brandstof. Zo ontstonden landschappen als de Nieuwkoopse Plassen. Daarnaast zijn meren drooggelegd en zijn er polders gemaakt die van nature onder zeeniveau liggen.
Al die lage gebieden moeten droog worden gehouden. Vroeger deden windmolens het werk, zoals de molens van Kinderdijk, die water omhoog brachten. Nu doen gemalen dat, achter een stelsel van dijken, duinen en stormvloedkeringen zoals de Maeslantkering.
En het hoogste punt?
Wie het tegenovergestelde zoekt, moet naar Zuid-Limburg. De Vaalserberg ligt ruim 320 meter boven NAP. Een groot deel van Oost- en Zuid-Nederland ligt ruim boven zeeniveau. Het Nederland van "bijna alles onder water" is dus vooral het westen. Maar daar wonen en werken wel heel veel mensen.
KIJK HET ZELF NA
De bronnen bij dit verhaal
- Planbureau voor de Leefomgeving: correctie overstromingscijfers in IPCC-rapport ↗
- NPO Kennis: 26 procent onder zeeniveau, 59 procent kwetsbaar ↗
Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.




