De suiker zit al in de biet

De fabriek hoeft de zoetheid niet uit het niets te maken. De suiker zit in de wortel. De bieten worden gewassen en in dunne reepjes gesneden. Met warm water wordt de suiker eruit gehaald. Dat levert een suikerrijk sap op.

Daarna volgen zuivering en indikken. Door water te verdampen wordt het sap geconcentreerder. Uiteindelijk ontstaan suikerkristallen. Een centrifuge scheidt de kristallen van de stroop. Na drogen en afkoelen kan de suiker verder worden verwerkt en verpakt.

Wat gebeurt er met de rest?

Na het uitlogen blijven bietenreepjes over. Die pulp wordt geperst en krijgt een bestemming als veevoer. Ook bij het reinigen van de bieten worden bruikbare delen apart gehouden. De fabriek beschrijft bijvoorbeeld het gebruik van kleine worteldelen als voer.

De stroop die na herhaalde kristallisatie overblijft, heet melasse. Daar kunnen andere bedrijven weer mee verder, onder meer voor fermentatie. Zo eindigt niet iedere stroom uit de fabriek in een zak suiker.

Waarom juist nu veel bieten onderweg zijn

De verwerking is verbonden met de oogstperiode. De producent beschrijft een campagne waarin geoogste bieten naar de fabriek gaan. De exacte start en duur verschillen per jaar. Dit achtergrondverhaal geeft daarom geen actuele verkeersplanning of sluitingsdatum van de campagne.

Voor Tienen is dat een bekende industrie, maar de kleine technische verrassing blijft mooi: de fabriek haalt niet alleen iets uit een biet. Ze verdeelt de biet in verschillende bruikbare stromen. Het zakje op tafel laat maar één daarvan zien.

KIJK HET ZELF NA

De bronnen bij dit verhaal

Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.