Een weg ligt op een warmtebuffer
Overdag en in de zomer neemt de bodem warmte op. Die warmte blijft lang in de grond hangen. Als het 's nachts gaat vriezen, staat een gewone weg in contact met die relatief warme ondergrond. De bodem geeft dan van onderaf warmte af aan het wegdek. Daardoor duurt het langer voordat het asfalt onder nul zakt.
Vooral in het begin van de winter maakt dat verschil. Toen Rijkswaterstaat in november 2016 voor het eerst op grote schaal strooide, meldde Omroep Brabant dat gladheid niet overal zou optreden, omdat de bodem nog te warm was.
Een brug hangt in de lucht
Een brug of viaduct mist die buffer. Er zit geen aarde onder, maar lucht of water. De constructie verliest dus aan twee kanten warmte: aan de bovenkant naar de heldere nachtlucht, en aan de onderkant naar de koude lucht die eronderdoor waait. Beton en staal geleiden warmte bovendien beter dan losse grond. Hoe snel een materiaal warmte doorgeeft, voel je ook als je metaal en hout van dezelfde temperatuur aanraakt.
Het gevolg: de brug koelt sneller af dan de weg ervoor en erna. Het wegdek op de brug kan al onder nul zijn terwijl de rest van de route nog net boven het vriespunt zit. Gemeentelijke strooiplannen, zoals dat van Westland, noemen bruggen en viaducten daarom als plekken die gevoelig zijn voor gladheid.
Drie manieren om glad te worden
Rijkswaterstaat onderscheidt verschillende soorten gladheid. Bij bevriezing zakt een nat wegdek onder nul terwijl er te weinig zout ligt. Bij rijp komt vocht uit de lucht langzaam op het wegdek terecht als dat kouder is dan het dauwpunt. Rijkswaterstaat noemt bruggen en viaducten daarbij als voorbeeld. Daarnaast zijn er ijzel, sneeuw en hagel.
Rijp en bevriezing zijn verraderlijk omdat je ze slecht ziet. Een brug kan er gewoon nat uitzien, terwijl er een dun ijslaagje ligt.
Waarom strooien soms niet genoeg is
Rijkswaterstaat meet met sensoren in het wegdek de temperatuur, de luchtvochtigheid en de hoeveelheid zout. Op basis daarvan wordt preventief gestrooid. Maar zout werkt het best als het door het verkeer wordt ingereden. In een waarschuwing voor oudejaarsnacht 2025 legde Rijkswaterstaat uit dat er 's nachts weinig verkeer is, waardoor het zout minder wordt ingereden. Bij ijzel kan zich zelfs een dun ijslaagje bovenop het zout vormen. Vooral op bruggen, viaducten en rustige wegen kan het dan onverwacht glad zijn.
Wat je ermee kunt
- Zie je een waarschuwing voor gladheid, verwacht de eerste gladde plek dan op een brug, viaduct of op- en afrit, ook als de weg ervoor goed begaanbaar lijkt.
- Rem niet op de brug zelf, maar pas je snelheid aan ervoor.
- Dat geldt ook voor fietsbruggen: ook daar hangt het wegdek in de lucht.
Overigens is water een eigenaardige stof om op te bevriezen: ijs neemt meer ruimte in dan water. Water dat in een kier bevriest, duwt die kier dus een beetje verder open.
KIJK HET ZELF NA
De bronnen bij dit verhaal
- Rijkswaterstaat: soorten gladheid en gladheidsbestrijding ↗
- Rijkswaterstaat: waarschuwing over gladheid op bruggen en rustige wegen (2025) ↗
- Gemeente Westland: gladheidbestrijdingsplan (bruggen en viaducten als gevoelige locaties) ↗
- Omroep Brabant: bodem nog te warm voor gladheid op gewone wegen ↗
Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.




