Een laadsessie in twee fasen
Een lithiumionaccu wordt niet met één gelijk tempo vol gemaakt. Battery University beschrijft de gangbare manier van laden in twee fasen. In de eerste fase stuurt de lader een constante stroom de accu in. De spanning van de cellen loopt daarbij geleidelijk op.
Op een gegeven moment bereiken de cellen hun maximale veilige spanning. Dan schakelt het laden over naar de tweede fase: de spanning blijft gelijk en de stroom neemt steeds verder af. Omdat vermogen het product is van spanning en stroom, zakt ook het laadvermogen. In vaktaal heet dit CC/CV-laden: constant current, constant voltage.
Waarom niet gewoon doorduwen?
Een lithiumionaccu verdraagt geen overlading. Volgens Battery University belast een te hoge spanning de cellen en kan dat schade geven. Hoe voller de accu, hoe moeilijker het bovendien wordt om nog ionen kwijt te kunnen op de negatieve elektrode. Het is als een parkeergarage die volloopt: hoe minder plekken er vrij zijn, hoe langer het duurt om de laatste auto's een plek te geven.
Het batterijmanagement van de auto bewaakt dat proces continu. Het verlaagt het laadvermogen om de cellen niet boven hun grens te laten komen en om warmteontwikkeling te beperken.
Waar ligt dat omslagpunt?
Tachtig procent is geen natuurwet, maar een handig gemiddelde. Ampcontrol noemt het een redelijk gemiddeld punt waarop de constante-spanningsfase merkbaar wordt. Bij de ene auto begint het vermogen al eerder af te nemen, bij de andere houdt het langer stand. Ook de temperatuur van de accu speelt mee. Een koude accu laadt vanaf het begin al trager, zoals we uitleggen in ons verhaal over laden in de kou.
Osprey Charging, een Britse exploitant van snelladers, toont een praktijkvoorbeeld waarin een auto in 26 minuten van 4 naar 80 procent laadde. De resterende procenten kosten in zulke gevallen relatief veel tijd per kilometer bereik.
Is stoppen bij 80 procent slim?
Op een lange rit kan het sneller zijn om twee keer kort tot zo'n 80 procent te laden dan één keer lang tot 100 procent. In het snelle deel van de curve krijg je de meeste kilometers per minuut. Daarnaast is het netjes tegenover anderen: wie bij een drukke snellader de laatste procenten laadt, houdt een paal bezet terwijl de stroom maar druppelt.
Heb je die extra kilometers wél nodig, bijvoorbeeld omdat de volgende lader ver weg is of omdat je met een caravan rijdt, dan is doorladen natuurlijk prima. Thuis of op het werk speelt dit minder: daar is het laadvermogen toch al laag en heb je meestal tijd genoeg.
Rekenen met je echte ruimte
Daarom kun je een rit beter plannen binnen een bandbreedte dan van 100 naar 0 procent. Onze rekentool gaat bijvoorbeeld uit van een etappe van 80 naar 15 procent. Die keuze heeft gevolgen voor hoe ver je per etappe komt. Hoe je dat uitrekent, lees je in ons rekenvoorbeeld voor de volgende laadstop. Met de rekentool kun je het voor je eigen auto en caravan proberen.
Zelf een theoretische etappe berekenen? Gebruik de rekentool voor accureserve en verbruik met een caravan.
Wat kost het laden? Vergelijk twee laadpassen met je eigen tarieven, inclusief abonnement en startkosten.
KIJK HET ZELF NA
De bronnen bij dit verhaal
- Battery University: BU-409, het laden van lithiumionaccu's ↗
- Osprey Charging: wat is een laadcurve? (met praktijkvoorbeeld) ↗
- Ampcontrol: de constante-spanningsfase bij elektrische auto's ↗
Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Wie zit achter deze uitgave? Een fout gezien? Laat het ons weten.




